maandag, maart 31, 2008

Kynologisch.

Lang geleden was Maylinn klein en schreef ik het volgende. Ze groeide op en leerde dat de bench best heel leuk was. Wandelde met regelmaat zelf naar haar kussen en lag er dan met het deurtje open uren in te slapen.
Ze bleef nog wel janken bij het alleen zijn, en ik negeerde mijn ik-denk-dat-jij-denkt-geweten en negeerde haar. Pups moesten wel opgevoed worden, en wij woonden in een flat in de stad, dus de onze nog iets meer dan gemiddeld. Want God, wat heb ik een hekel aan de honden die als je de lift in wilt aan het einde van de lijn staan te stuiteren, of altijd met hun modderpoten op jouw net schone jas springen. Nee, de onze zou worden opgevoed, die zou overal mee kunnen lopen, respect leren hebben voor de wielen van de scootmobiel en het prima naar haar zin hebben op de stal bij mijn paardje en in de auto.

We deden alles volgens het boekje maar het leek weinig te helpen.
Jawel, we hadden een keurig opgevoede hond die met vlag en wimpel slaagde voor de puppycursus, maar ze jankte nog steeds. Bij de supermarkt, op stal, als we de motor uitzetten, bij het eten maken, als de buurman langs liep, als Nanne thuiskwam, janken is Maylinns manier van praten, zo leek het wel. Omdat we zelf niet verder kamen schakelden we op advies van de puppytrainster een professionele honden trainer in. Maylinn was pas vijf maanden oud, dit moesten we toch aankunnen? We betaalden een smak geld -wie kijkt er op de centen als er jonge hondjes opgevoed moeten worden-, kregen een hoop tips en sloegen aan het oefenen. Nog eens drie maanden later was er nog weinig verbetering. Jazeker, mevrouw kon een hele minuut alleen zijn, zolang ze wist dat het een oefening betrof. En ze leerde naast janken ook blaffen. De trainster kwam terug en we kregen -in ruil voor nog maar weer een smak geld- weer tips.

Inmiddels was ik op momenten de wanhoop nabij. Ik snapte niet waarom mij dit nu weer moest overkomen. Wat deed ik fout? Het was immers niet alsof ik nog nooit eerder een hond had gehad. Ik wist hoe ik moest opvoeden. De trainster zei dat Friese Stabijen wel vaker nerveus waren. Wij, die voor deze hond, in tegenstelling tot alle vorige, wel langs meerdere rassen waren gegaan met kenmerken en al, hadden dat nergens gevonden. Zelfs in het rassenboekje niet. Maar, zo moest ook zij toegeven, Maylinn was, zelfs voor een Stabij, wel érg nerveus. Bij tijd en wijle was ik het zo zat dat ik uit mijn slof schoot. 'Hou je klep' schreeuwde ik dan naar Maylinn, hetgeen op zich overigens wel hielp, al was het maar om mijn eigen stress te verminderen als ze na een half uur nog jankte. Jammer genoeg had het het -te verwachten- effect dat alle consequentheid nu uit mijn oefeningen was verdwenen en ik weer overnieuw mocht beginnen. In telefonisch overleg met de trainster -zowaar gratis- besloot ik het anders aan te pakken. Ik zou Maylinn niet meer meenemen. Als ik haar veel minder meenam dan zou ik minder gestrest worden van haar geblaf en gejank en zou onze relatie verbeteren. Ondertussen zouden Nanne en ik het blaffen en de zindelijkheid trainen. Dat laatste is, om de een of andere reden en al haar slimheid waar het het kunstjes doen aangaat ten spijt, niet echt blijven hangen.

Ha.
Mooi niet.
Maylinn is een ontzettend slimme hond, inmiddels met nog meer wimpel en vlag geslaagd voor de opvolgcursus bij de hondenclub en wist haarfijn wanneer er op de bel werd gedrukt door de postbode of wanneer het een oefening was. We sloopten de bel en ze blafte met kloppen. We vroegen de buurkinders te pas en te onpas te bellen en weer leek ze het te weten.
Het janken leek iets minder (omdat ik haar niet meenam of omdat ik er minder gestrest onder was?) maar het blaffen breidde zich uit tot diverse minuten na het gaan van de bel. Let wel, zestig seconden zijn een stuk langer als er oorverdovend naast je wordt geblaft. Het zindelijk worden pakten we aan met een traphekje in de deur, het negeren van ongelukjes en het zorgvuldig en vaak belonen van de plasjes buiten. Ik werd een wandelende beloningssnack, met clicker (de hondenvariant van het dolfijnenfluitje) om de nek en snoepjes in elke jas- en broekzak. Dat leek te werken, tot we het hekje weg lieten omdat we na twee maande dachten 'nu gaat het toch goed' en ze de keukenvloer toch leuker vond dan het gras buiten.

Wij gingen verhuizen en besloten de boel even de boel te laten.
Stress genoeg, dus even niet oefenen.
Ik werd zwanger en de clicker zat ergens in een doos, maar het was wel ok.
Goed, ik wenste Maylinn zo eens in de week ver weg naar een boerderij, maar hield ook zielsveel van haar.
We raakten wat ingeburgerd in onze nieuwe stad en ik begon weer wat te oefenen.
Zij begon -het viel haast te verwachten- wel weer meer te janken en te blaffen. En bleek, ook in het nieuwe huis, zo nu en dan het laminaat te prefereren als plas plek boven het gras buiten.
Opnieuw belde ik E., inmiddels 'onze' trainster.
We gaven de zoveelste bak geld uit, dit keer met als doel Maylinn zo bezig mogelijk te houden. Als ze maar moe is dan jankt ze minder. Als ze veel loopt, veel oefeningen doet en veel geestelijke activiteiten heeft dan is ze sneller moe.
In de praktijk hield dat in dat haar eten niet meer uit een bak kwam maar uit een bal, zodat ze er een half uur mee bezig was, kochten we peperdure hondenspelletjes, lieten haar nog meer loslopen en probeerde het blaffen eruit te clicken door de godganse dag met -jawel, nog meer- beloningssnoep rond te lopen.

Ze was nu een jaar oud en ik was op.
Dit was niet wat ik wilde toen ik besloot een hond te nemen.
Ik wilde, net als bij de andere drie, een hondje om mee te nemen, lekker naar mijn paard, naar buiten, naar de vereniging. Ik wilde geen stuiterbal in huis die de hele buurt bij elkaar blafte en jankte als ze vijf minuutjes aan een paaltje zat omdat ik met de auto bezig was een meter verderop.
Af en toe was ik het zat dat ik huilend tegen Nanne riep dat we een boerderij voor haar gingen zoeken. Ergens buiten, waar ze alle ruimte zou hebben, en niemand het wat kon schelen of ze zou janken of niet. Maar een half uurtje later zat ik vertederd te kijken hoe ze met de kat speelde. Mij God wat was ze mooi, en lief, en geweldig. Ik zou alles doen, alles, ik zou niet falen in de opvoeding, ik moest er toch VerDoRie voor kunnen zorgen dat deze hond in de stad kon blijven wonen?!

...

Misschien heb ik gefaald.
Het voelt wel als falen, maar dat kan ook best aan mij en mijn gevoel liggen.
Het ging niet meer, ik ben opper dan op.
En dat komt niemand meer ten goede, haar ook niet.

Maylinn woont sinds kort bij mijn schoonouders.
Die een groot huis hebben, met een erf en veel weiland in de buurt.
Waar ze alle ruimte heeft, en niemand het wat uitmaakt als ze blaft en jankt.
En ik moet niet zeuren, want ik zie haar nog.
En ik moet niet huilen want ze is niet uit het zicht, ik kan nog met haar wandelen, met haar knuffelen, met haar spelen.
En ze heeft het daar goed en naar haar zin.
En ze zou zelfs, mettertijd, met ons mee op vakantie kunnen, of naar het strand of de veluwe.

En dus huil ik elke ochtend, als ik de bench zie onder de trap.
En bij elke thuiskomst, als ik haar niet hoor.
En in de auto, bij elk park dat ik passeer.
En... En.. En...

Geen opmerkingen: